Serviceflats worden assistentieflats: nieuwe Vlaamse regelgeving op groepen van assistentiewoningen in werking getreden op 1 januari 2013. Geen programmatie en geen voorafgaande vergunning meer voor groepen van assistentiewoningen.

De eerste in het oog springende vernieuwing bestaat erin dat er voortaan geen programmatie meer geldt voor groepen van assistentiewoningen, ongeacht of deze al dan niet erkend worden. Een voorafgaande vergunning op basis van de programmatie is dus niet langer vereist.

Het zou nochtans voorbarig zijn om zonder meer te stellen dat er geen programmatie meer is voor groepen van assistentiewoningen. Krachtens het Woonzorgdecreet kan de Vlaamse Regering de groepen van assistentiewoningen bij regeringsbesluit en zonder tussenkomst van de decreetgever nog steeds aan programmatie onderwerpen (art. 58 Woonzorgdecreet). Het bouwen of verbouwen van een groep van assistentiewoningen die de initiatiefnemer wil laten erkennen, het als dusdanig inrichten of in gebruik nemen van een bestaand gebouw, het verplaatsen van de activiteiten en het verhogen van de capaciteit van een voorziening zijn strikt beschouwd ook nog steeds onderworpen aan de voorafgaande vergunning van de Vlaamse Regering (art. 59 van het Woonzorgdecreet). Alleen wordt een groep van assistentiewoningen waarvoor een initiatiefnemer een erkenning aanvraagt, geacht van rechtswege te passen in de programmatie betreffende die voorzieningen en te beschikken over een voorafgaande vergunning zoals vereist door artikel 59 van het Woonzorgdecreet.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998 houdende vaststelling van het programma voor serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening, en rusthuizen wordt definitief opgeheven. Voor andere voorzieningen dan serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening was dit besluit reeds grotendeels opgeheven als gevolg van het Stambesluit, dat de nieuwe programmatieregels voor voorzieningen omvat . Het vroegere Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 1998 gold enkel nog voor serviceflatgebouwen of woningcomplexen met dienstverlening. Logischerwijze zijn ook de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen niet langer van toepassing op de groepen van assistentiewoningen. Voor de toepassing van dit besluit zijn groepen van assistentiewoningen niet langer te beschouwen als een woonzorgvoorziening of een opnamemogelijkheid.

Indien een initiatiefnemer voor de toepassing van andere regelgeving een voorafgaande vergunning van de groep van assistentiewoningen moet voorleggen, moet de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid (het “Agentschap”) nog steeds de voorafgaande vergunning afleveren. Dit gebeurt op schriftelijke aanvraag van de initiatiefnemer, met opgave van de redenen waarom de voorafgaande vergunning moet worden voorgelegd, waarbij een verbintenis is gevoegd om voor de groep van assistentiewoningen een erkenning aan te vragen en aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.

 

Bron : Eubelius

Recommended Posts